De aanbidders van de RFID-chip
De aanbidders van de chip
10 maart 2005
Een reactie van een lezer, Sébastien Tourbier, 36 jaar, informaticus, regio Rijsel
Ik ben ontdaan door wat ik zojuist heb gelezen. De kikker die op een zacht vuurtje wordt verwarmd, heeft niet door wat hem overkomt. De chip komt eraan, en voor wie hem aanvaardt, kun je niets doen. De kern van de hedendaagse mens is in 5000 jaar niet geëvolueerd.
In de tijd van Alexander de Grote werd er gemoord om de brand van Athene te wreken. De Griekse beschaving moest zich als een vloedgolf verspreiden. Na tien jaar onophoudelijke oorlogen, bij de dood van Alexander, stortte de wereld in een burgeroorlog. Generaals "verdeelden" de toenmalige wereld onder elkaar met slachtpartijen en genocide, waarbij burgers tot huurlingen werden. Later deed Caesar hetzelfde, dromend van de grootheid van Alexander. De hele menselijke geschiedenis is een eeuwige herhaling.
Vandaag wil men de torens wreken. En daar gaan we weer. De "gorilla's" van dienst manipuleren de angst van het volk om bij de buur te nemen wat ze thuis niet hebben. We zijn in de 21e eeuw, de "gorilla's" hebben alles in handen om de planeet in brand te steken. Wij, kleine chimpansees, kijken toe en zwaaien in alle richtingen om onze soortgenoten te waarschuwen, die hun oren dichtstoppen, hun ogen sluiten en zwijgen. (eerste compagnie, Chirac president, Bush weer aan de macht, de natuur gaat achteruit, Reeves bij Fogiel om niets te zeggen en niet gehoord te worden!).
Wat te doen? Wachten op de komst van de ET's en zien hoe ze de controle over onze wereld overnemen om ons in het gareel te brengen. Dat zou al moeten gebeurd zijn? Een communicatieactie voeren, een coup de poing zoals Greenpeace om de mensen wakker te schudden? Waarom? De realiteit bevalt de massa. Iedereen laat het koud! Wat telt is zijn voetbalmatch, als gekken rondrennen op de dag van de solden of zijn mooie tuinsalon in exotisch hout kopen om daarna zijn tijd opgepropt op de stranden door te brengen en zich aan de zonnegod aan te bieden.
Achter de schermen wordt de onderwerping van de mens voorbereid, het is zo luidruchtig dat het tijdens de voorstelling zelf op het toneel misloopt, dat is normaal, het maakt deel uit van de geschiedenis in beweging: staking, oorlog, virus, klimaatcontrole, epidemie, ontbossing, vervuiling, en nu de chip, enz. enz. Wat een geluk, laten we de grote menselijke geest danken! Er moet tegen al dat alles worden gestreden. En als de strijd nu eens elders lag. Door uit de oceaan te komen en deze wereld te bevolken, heeft de mens een universum naar zijn maat gebouwd, of liever naar zijn overdreven maat, en het breidt zich uit over onze wereld, hij zoekt, hij zoekt antwoorden op zijn vragen, altijd in beweging, maar wat zoekt hij? Hij weet het niet, maar hij zoekt, zoekend naar de waarheid. De mens zal sterven omdat hij bezwijkt onder de goederen of het gebrek aan goederen, omdat hij niet vindt.
Hij communiceert bovenmatig in de hoop eindelijk te begrijpen. Als herkenningsteken zijn mensen verslaafd geraakt aan hun gsm, ze lopen voor ons, het toestel tegen het oor, uiterlijk teken van bestaan, van sociale erkenning. Men telefoneert bij Auchan voor het rek met wc-papier, het is zo belangrijk om aan het collectieve bewustzijn vast te hangen; op dit punt gekomen, is er nog maar een sprongetje nodig om een chip te laten implanteren om zich goed te voelen bij onze andere soortgenoten!
De mens is zo bang voor zijn dood dat hij zich tooit met kunstgrepen om die te vergeten, "kijk, ik telefoneer op straat, men belt me, ik besta, dus ik leef, dus ik ben niet dood". Ander voorbeeld op straat: "kijk, mijn gsm is groen en de jouwe? De mijne is rood, maar ik neem foto's! Wel, de mijne laat me Pac Man spelen". Wie heeft er niet mensen op een straathoek, in een metro zien lachen en spelen met hun kleine gsm. Alle westerse volkeren bereiden zich voor op de grote sprong naar het onbekende. Het is niet zomaar een technologische evolutie, verkopers lopen op straat, in winkels met de oortjes om de nek of erger nog in het oor, klaar voor elke eventualiteit. Men wil een andere stem horen, niet de zijne, men zoekt niet meer te denken, anderen moeten dat in onze plaats doen. Maar daar schuilt gevaar.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een deel van mijn familie gaan sterven in de gaskamers, in de pas lopend, in stilte, onder het geblaf van honden, luisterend naar de begeleiding: "alles komt goed, jullie gaan je wassen, het zal daarna beter gaan, vooruit!".
Na jaren van mentale voorbereiding, maanden van druk, was alles klaar om massa's mensen op de juiste plaats, op het juiste moment te brengen. Een halve eeuw, een overvloed aan getuigenissen, wekenlang schokkende beelden over de nazikampen... voor niets... Niet alleen bij het CNRS heeft men een kort geheugen. Opnieuw luistert de mens niet naar zijn innerlijke stem maar naar die van de ander, zoeter, gemakkelijker. Het is minder ingewikkeld: "houd vertrouwen, kleine mens, wees niet bang, we zullen je leven verbeteren, je veiligheid, we zullen je dood en je lijden zo ver mogelijk uitstellen, strek gewoon je hand of je nek uit, het duurt maar een paar seconden, zo kunnen de slechten je geen kwaad meer doen."
De mens zal zijn ziel verkopen, want hij vindt geen antwoorden op zijn vragen, dus is hij zo bang voor zijn eigen dood, zo bang om niet te vinden, dat hij anderen voor zich laat beslissen, zonder te begrijpen, zonder het zich te realiseren, zonder te vinden. U hebt gelijk, het is het gebrek aan dromen dat de mens ontbeert: hoe verder gaan, hoe strijden
**** ---