Sprookjes
Sprookje
Op een dag ontmoette ik Doornroosje Ze kwam recht uit haar zilveren kasteel Haar haren in de wind Ik zei haar "goedendag, het lijkt wel zomer" Ze zei me "ik weet het niet, ik ben pas ontwaakt" En ze glimlachte naar me Assepoester ontmoet, in haar zondagse kleren In haar zijden jurk en haar linnen onderrok Het was net middernacht Ik zei haar hallo, u bent mooi Kom toch eens een dag in mijn kleine bed Liggen, zo in het voorbijgaan
Ik ontmoette Perette, met haar melkpot Ze liep heel snel en haar onderrok waaide In de
zon Ze ging voorbij zonder me te zien, verloren in haar gedachten Renend naar het dorp, met grote
stappen Als een bij De kleine zeemeermin, aan de waterkant droomde In haar grote blauwe ogen dansten twee sterren Wat was ze mooi Ik nam haar in mijn armen en dan had ik haar lief Ze vertrok in de ochtend, met het getij Het jonge meisje
Refrein
:
Vrouwen zijn als vogels
Hoe vrijer en hoe mooier
Je moet ze niet in een kooi stoppen
Alleen maar beminnen