Document zonder naam
Het Britse Mandaat van 1922
Bron: http://www.monde-diplomatique.fr/cahier/proche-orient/mandat-fr
Verenigde Naties, 24 juli 1922 (Uittreksels) De Raad van de Verenigde Naties:
Overwegende dat de voornaamste geallieerde mogendheden het eens zijn om de bepalingen van artikel 22 van het Pact van de Verenigde Naties uit te voeren, door een door deze mogendheden gekozen mandataris de bestuurlijke leiding over het gebied van Palestina toe te vertrouwen, dat vroeger onderdeel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, binnen grenzen die door deze mogendheden zullen worden vastgesteld; Overwegende dat de voornaamste geallieerde mogendheden tevens zijn overeengekomen dat de mandataris verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering van de verklaring van 2 november 1917 door het Britse kabinet, die door deze mogendheden is goedgekeurd, ten behoeve van de vestiging in Palestina van een nationaal thuis voor het Joodse volk, met de nadruk dat niets zal worden gedaan wat schade kan berokkenen aan de burgerlijke en religieuze rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina, noch aan de rechten en de politieke positie van de Joden elders in de wereld; Overwegende dat deze verklaring de erkenning bevat van de historische banden tussen het Joodse volk en Palestina en de redenen voor de heroprichting van hun nationale thuis in dit land; Overwegende dat de geallieerde mogendheden koningin der Britten hebben gekozen als mandataris voor Palestina; Overwegende dat de bepalingen van het mandaat voor Palestina op de volgende manier zijn geformuleerd en aan de goedkeuring van de Raad van de Verenigde Naties zijn onderworpen; Het verklarende mandaat bevestigend, heeft de Raad besloten over de inhoud als volgt: Artikel 1 De mandataris zal volledige bevoegdheden tot wetgeving en bestuur hebben, onder voorbehoud van de beperkingen die in dit mandaat zijn vastgelegd.
Artikel 2 De mandataris zal verantwoordelijkheid dragen voor het creëren van een politieke, administratieve en economische situatie die geschikt is om de vestiging van een nationaal thuis voor het Joodse volk te waarborgen, zoals bepaald in het voorwoord, en eveneens het ontwikkelen van instellingen voor vrij bestuur, alsook de bescherming van de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht hun ras of geloof.
Artikel 3 De mandataris zal lokale autonomie bevorderen in zo verre als de omstandigheden dat toelaten ( ? ....).
Artikel 4 Een geschikt Joods orgaan zal officieel worden erkend en het recht krijgen om advies te geven aan de bestuurlijke autoriteiten van Palestina en met hen samen te werken op alle economische, sociale en andere kwesties die van invloed kunnen zijn op de vestiging van het nationale thuis voor het Joodse volk en de belangen van de Joodse bevolking in Palestina, en onder voorbehoud van controle door de bestuurlijke autoriteiten, om bij te dragen aan en deel te nemen aan de ontwikkeling van het land.
De Sionistische Organisatie (welke?) zal worden erkend als het hierbedoelde orgaan, mits de mandataris van oordeel is dat haar organisatie en statuten geschikt zijn. Overeenkomstig met het kabinet van Zijne Majesteit de koningin van Engeland zal zij alle nodige maatregelen treffen om de samenwerking van alle Joden die bereid zijn om mee te werken aan de vestiging van het nationale thuis voor het Joodse volk te waarborgen.
Verenigde Naties, 24 juli 1922 (Uittreksels) De Raad van de Verenigde Naties:
Overwegende dat de voornaamste geallieerde mogendheden het eens zijn om de bepalingen van artikel 22 van het Pact van de Verenigde Naties uit te voeren, door een door deze mogendheden gekozen mandataris de bestuurlijke leiding over het gebied van Palestina toe te vertrouwen, dat vroeger onderdeel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, binnen grenzen die door deze mogendheden zullen worden vastgesteld; Overwegende dat de voornaamste geallieerde mogendheden tevens zijn overeengekomen dat de mandataris verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering van de verklaring van 2 november 1917 door het Britse kabinet, die door deze mogendheden is goedgekeurd, ten behoeve van de vestiging in Palestina van een nationaal thuis voor het Joodse volk, met de nadruk dat niets zal worden gedaan wat schade kan berokkenen aan de burgerlijke en religieuze rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina, noch aan de rechten en de politieke positie van de Joden elders in de wereld; Overwegende dat deze verklaring de erkenning bevat van de historische banden tussen het Joodse volk en Palestina en de redenen voor de heroprichting van hun nationale thuis in dit land; Overwegende dat de geallieerde mogendheden koningin der Britten hebben gekozen als mandataris voor Palestina; Overwegende dat de bepalingen van het mandaat voor Palestina op de volgende manier zijn geformuleerd en aan de goedkeuring van de Raad van de Verenigde Naties zijn onderworpen; Het verklarende mandaat bevestigend, heeft de Raad besloten over de inhoud als volgt: Artikel 1 De mandataris zal volledige bevoegdheden tot wetgeving en bestuur hebben, onder voorbehoud van de beperkingen die in dit mandaat zijn vastgelegd.
Artikel 2 De mandataris zal verantwoordelijkheid dragen voor het creëren van een politieke, administratieve en economische situatie die geschikt is om de vestiging van een nationaal thuis voor het Joodse volk te waarborgen, zoals bepaald in het voorwoord, en eveneens het ontwikkelen van instellingen voor vrij bestuur, alsook de bescherming van de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht hun ras of geloof.
Artikel 3 De mandataris zal lokale autonomie bevorderen in zo verre als de omstandigheden dat toelaten ( ? ....).
Artikel 4 Een geschikt Joods orgaan zal officieel worden erkend en het recht krijgen om advies te geven aan de bestuurlijke autoriteiten van Palestina en met hen samen te werken op alle economische, sociale en andere kwesties die van invloed kunnen zijn op de vestiging van het nationale thuis voor het Joodse volk en de belangen van de Joodse bevolking in Palestina, en onder voorbehoud van controle door de bestuurlijke autoriteiten, om bij te dragen aan en deel te nemen aan de ontwikkeling van het land.
De Sionistische Organisatie (welke?) zal worden erkend als het hierbedoelde orgaan, mits de mandataris van oordeel is dat haar organisatie en statuten geschikt zijn. Overeenkomstig met het kabinet van Zijne Majesteit de koningin van Engeland zal zij alle nodige maatregelen treffen om de samenwerking van alle Joden die bereid zijn om mee te werken aan de vestiging van het nationale thuis voor het Joodse volk te waarborgen.
Terug