| 17 |
De oorsprong van de "negatieve massa's".
...In het hoofdstuk "Zou het universum een combinatie van twee dingen kunnen zijn?" citeren we het werk van Souriau: Structure des Systèmes Dynamiques, Dunod 1970, pp. 197-200 (recentelijk in het Engels vertaald: Structure of Dynamical Systems, Birkhauser Ed. 1997). Uitgangspunt: de groepen. Door de werking van de "volledige" Poincaré-groep op zijn moment te analyseren, toont Souriau aan dat het universum tegelijkertijd deeltjes met positieve energie en met negatieve energie (dus met negatieve massa) zou kunnen voortbrengen. De groepentheorie verzet zich daar niet tegen. Maar de eventuele ontmoeting tussen twee deeltjes met tegengestelde massa's (niets te maken met antimaterie, die een positieve massa heeft, zie hoger) werpt een probleem op. Het resultaat zou een volledige annihilatie zijn. Niet eens fotonen. Niets in zuivere staat. Een universum dat bestaat uit een mengsel van gelijke delen positieve en negatieve massa's zou gewoonweg verdwijnen. Door Souriau gesuggereerde oplossingen:
- Ofwel heeft God, in zijn oneindige wijsheid en scherpzinnigheid, opzettelijk nagelaten negatieve massa's te scheppen.
- Ofwel amputeren we uit voorzorg de Poincaré-groep van zijn twee "antichrone" componenten, die niet alleen de massa's maar ook de tijd omkeren, en behouden we enkel zijn twee "orthochrone" componenten.
...Souriau sluit de mogelijkheid van het bestaan van negatieve massa's in het universum toch niet uit, en hij kiest dan voor de volgende dynamica:
- Positieve massa's trekken elkaar aan volgens Newton.
- Negatieve massa's stoten elkaar af volgens "anti-Newton".
- Een positieve massa en een negatieve massa stoten elkaar af volgens "anti-Newton".
...Door elkaar af te stoten zouden de negatieve massa's geen structuren, objecten, sterren, sterrenstelsels creëren. Ze zouden van elkaar wegvluchten en van alles wat zich in het universum bevindt. Een panfobie, als het ware (etymologisch: afschuw van alles). Dit fundamenteel isolationistische gedrag zou dan hun bestaan garanderen.
Hoe zou een universum dat negatieve massa's bevat er kunnen uitzien?
...Die zouden elke ruimteregio die door de materie verlaten is, vullen. In die regio's zou deze negatieve materie een zo gelijkmatig mogelijke verdeling aannemen. Zo zou het licht, bij het doorkruisen van deze no-matter's land, geen enkel gravitatielenseffect ondergaan. Dus wat detectie door waarneming betreft: nul.
Het omgekeerde gravitatielenseffect.
...We hebben hoger het gravitatielenseffect vermeld, de kromming van de lichtstralen, te wijten aan de aanwezigheid van een concentratie van materie. Zie figuur 44. Het didactische 2d-model is dan het goede oude model van de stompe posikegel.
...Quid van het effect van de aanwezigheid van een concentratie van negatieve massa op de baan van fotonen. Die komt overeen met een zone van negatieve kromming, met een "stompe negakegel", zie figuren 88 en 89. De geodeten divergeren.
Deze geometrie is ook een oplossing van de Einstein-vergelijking.
Zie: "Jean-Pierre Petit and Pierre Midy: Matter ghost matter astrophysics. 2: Conjugated steady state metrics. Exact solutions. [Zie site: Geometrical Physics A, 2-5], 1998."
...Het volstaat de Schwarzschild-oplossingen (inwendige en uitwendige) te nemen en het teken van de massa om te keren. Hierna de didactische 2d-afbeelding. De negatieve massa's "stoten" de lichtstralen af.

Maar een gelijkmatige verdeling van massa, positief of negatief, produceert geen gravitatielenseffect, positief of negatief.
Opsluitingseffect te wijten aan negatieve massa's.
...Positieve massa's zijn zelfaantrekkend, gevoelig voor gravitationele instabiliteit. Ze geven aanleiding tot condensaties, die de negatieve massa's verdrijven, waarvan de verdeling dan lacunair wordt.

Sterrenstelsels bijvoorbeeld zouden zich in een dergelijke lacunaire verdeling kunnen nestelen.

...De gravitationele tegendruk die de negatieve massa's op de positieve massa's uitoefenen, zou dan aan hun opsluiting kunnen bijdragen.
...Even terloops een woord over het didactische 2d-model dat de geometrie zou kunnen oproepen van een universum bevolkt door een mengsel van positieve en negatieve massa's. Stel u een zeer uitgestrekt tentdoek voor, op palen geplaatst. Als de palen zeer puntig zijn, gaat het om puntvormige positieve massa's. Als ze stomp zijn, om concentraties van positieve massa's.


...Het deel van het doek dat de ronde vorm van de paal volgt, heeft een positieve kromming. Daarbuiten is de kromming negatief. Als de paal puntig is, roept de omgeving van de top van de paal de vorm van een kegel op (de omhullende van het raakvlak). Het betrokken punt stelt dan geconcentreerde kromming voor. Als het doek "op een platte grond" gespannen is, is de globale kromming nul. Wat betekent dat er evenveel positieve kromming in de "meer" gekromde gebieden is als negatieve kromming in de "minder" gekromde gebieden.

Op dit doek hebben we enkele geodeten aangebracht. Als we dit alles op de platte grond projecteren, krijgen we:

Maar laten we het didactische beeld laten varen. Quid van een "4d-hyperoppervlak"?
De Einstein-vergelijking luidde:
S = c T
waarbij S een geometrische tensor is en T de "energie-materietensor". Wanneer men ze expliciteert, onder bepaalde voorwaarden, in een bepaalde vorm, ziet men uitdrukkelijk de energiedichtheid van de materie r en de druk p verschijnen (die een energiedichtheid per volume-eenheid is: een pascal is ook een joule per kubieke meter).
...Laten we r+ en p+ de bijdragen tot de dichtheid en tot de druk noemen die te wijten zijn aan de positieve massa's. Laten we T+ de tensor noemen die met deze grootheden is opgebouwd. De bijdragen r- en p-, te wijten aan de negatieve massa's, zouden negatief zijn. Met deze grootheden zou men de tensor T- opbouwen.
De overeenkomstige veldvergelijking is dan:
S = c (T+ + T-)
Inhoudstafel artikel Inhoudstafel Wetenschap Startpagina
Terug naar Gids-Wetenschappen Aantal bezoeken aan deze pagina sinds 1 juli 2004:
