Document zonder naam
Presentatie van UFO-science
6 mei 2010
Inleiding
Het fenomeen UFO is al meer dan een halve eeuw op aarde aanwezig. Voordat we kort en beknopt een overzicht geven van de activiteiten van onze groep UFO-science, willen we eerst een herhaling geven van de verschillende facetten van het fenomeen en het effect dat het heeft op onze samenleving.
Het effect was, laten we zeggen, vrijwel nihil, althans binnen de sociale sferen die ons toegankelijk zijn. Wat het voordeel is dat militairen uit geavanceerde landen daaruit hebben kunnen halen, is een ander verhaal, maar dat is een ander onderwerp. Laten we terugkeren naar het onderwerp van het effect. Het is verbluffend om te zien dat een fenomeen dat honderdduizenden waarnemingen heeft opgeleverd, waarvan sommige een hoge mate van geloofwaardigheid vertonen, praktisch geen reactie heeft opgeroepen binnen de politieke, wetenschappelijke, militaire (in wat ons toegankelijk is) en religieuze, filosofische sferen.
Een fenomeen dat zo omnipresent is, over de hele planeet, is een nieuwe onderdeel geworden van het aardse folklore. In de overgrote meerderheid van gevallen ontkent de internationale wetenschappelijke gemeenschap, van alle disciplines, met heftigheid elk enig realiteitsgehalte van het fenomeen, op de meest irrationele manier. De standaardpositie kan worden samengevat in de volgende zin:
- Waarom zou ik interesse hebben in een fenomeen dat geen enkele basis heeft?
Door het gebrek aan serieuze wetenschappelijke onderzoeken, uitgevoerd door competent wetenschappers, wordt het onderwerp overgelaten aan enkel onderzoekers, en het enige materiaal dat zij dan kunnen leveren, beperkt zich tot een verzameling getuigenverklaringen, of foto’s en films, altijd onder voorbehoud.
Frankrijk heeft sinds 1977 een dienst, die verschillende namen heeft gekregen in de loop van meer dan drie decennia: GEPAN (Groep voor Onderzoek van Niet-Identificeerbare Lucht- en Ruimteobjecten), SEPRA (Dienst voor Expertise van Atmosferische Terugkeer Fenomenen), en in 2005 ten slotte GEIPAN (Groep voor Onderzoek en Informatie over Niet-Identificeerbare Lucht- en Ruimteobjecten). Maar deze dienst blijft haar activiteiten beperken tot het verzamelen van getuigenverklaringen en terreinonderzoeken, waarbij wordt benadrukt dat het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoeken niet binnen haar missie valt (al sinds... 33 jaar). Of het nu in deze instantie (militair, vergelijkbaar met de Amerikaanse Nationale Garde) of in de dienst zelf (momenteel beperkt tot twee personen: een ingenieur en een secretaresse) is, niemand beschikt, en heeft ooit beschikt, over een minimale wetenschappelijke competentie om deze vragen aan te pakken, en er is niets dat suggereert dat de situatie zich anders zal ontwikkelen.
Waarom is het zo verlopen?
Het antwoord is uiteindelijk vrij eenvoudig. Achter het UFO-fenomeen schuilt de uiterst storende hypothese van invallen van bezoekers uit andere systemen dan het onze. Tijdens decennia hebben wetenschappers een geocentrische scepsis geuit, waarbij zij de hypothese voorkeur gaven dat leven alleen op aarde kon ontstaan en zich kunnen organiseren. Veel astronomen twijfelden zelfs aan de bestaan van andere planetenstelsels dan het onze. Maar tot op heden heeft de waarneming aangetoond dat er zogenaamde exoplaneten bestaan, waarvan het aantal nu (mei 2010) meer dan vierhonderd bedraagt. Deze detecties betreffen systemen die relatief dicht bij ons liggen, waardoor de meest terughoudende astronomen en astrofysici genoodzaakt zijn toe te geven dat het universum een aantal planeten moet bevatten die in staat zijn het leven te ondersteunen, wat de verbeelding te boven gaat.
De waarneming suggereert dat het bekende universum honderd miljard sterrenstelsels bevat, elk bestaande uit honderden miljarden sterren, waarin mogelijk een miljoen planeten kunnen zijn die georganiseerd leven kunnen dragen.
De geleidelijke, maar onvermijdelijke confrontatie met deze realiteit heeft duidelijke religieuze gevolgen voor alle religieuze stromingen, met name de monotheïstische, die een universaliteitspretentie hebben. Als veel wetenschappers, zoals Stephen Hawking, om maar één voorbeeld te noemen, uiteindelijk concluderen dat georganiseerd leven noodzakelijkerwijs in het universum bestaat, elders dan op aarde, dan maken zij zich haast om hun uitspraken te temperen met de toevoeging "dat dit leven waarschijnlijk beperkt is tot een zeer primitieve fase", wat fantastisch belachelijk is.
Nooit eerder was de gedachte dat de aarde zou kunnen worden bezocht door buitenaardse wezens een absolute taboe. In de wetenschappelijke wereld is het UFO-onderwerp het onderwerp van dezelfde taboe. Op 16 en 17 oktober 2010 nemen we deel aan een internationaal congres met als thema "Astronomie - Ruimte - UFO’s". Het zou dus logisch zijn om te verwachten dat astronomen zullen deelnemen aan deze bijeenkomsten. In dat verband heeft de organisator professionele specialisten in deze vakgebieden benaderd met de wens om hun samenwerking te krijgen. Hun reactie was:
- Dat is goed, mits u alle verwijzingen naar het UFO-onderwerp verwijdert.
Men kan het taboe dat dit onderwerp beheerst, niet beter uitdrukken, na meer dan een halve eeuw. De verklaring ligt in het uiterst verstorende karakter van deze gedachte van bezoeken, die automatisch een enorme wetenschappelijke en technische superioriteit impliceren. Alleen al deze gedachte, die ons geocentrisme fundamenteel breekt, zet alles op zijn kop: onze huidige wetenschappelijke kennis (volgens welke dergelijke reizen fysiek onmogelijk zijn), en onze religieuze overtuigingen.
Elke vorm van denken is slechts een georganiseerd systeem van overtuigingen. Gezien vanuit dit perspectief is de wetenschap opgebouwd als een religie. Het woord religie komt van het Latijnse religare, wat "verbinden" betekent. Samenlevingen worden samengehouden door een gemeenschappelijke visie op de dingen, of het nu religie, wetenschap of geloof in de voordelen van een bepaald sociaal of (en) politiek, economisch systeem is. Dit in twijfel trekken is hetzelfde als het verwijderen van de cement die een gebouw bij elkaar houdt.
Onbewust hebben mensen perfect inzicht in het gevaar dat gepaard gaat met de meest verstorende confrontatie die de menselijke geschiedenis ooit heeft gekend. In de loop van de geschiedenis zijn zeer verschillende beschavingen plotseling in aanraking gekomen, zoals de voor-Columbische bevolkingen met de Spaanse conquistadores. Hele sociale systemen zijn ingestort. We zien dagelijks een vergelijkbaar fenomeen, bijvoorbeeld bij stammen in de Amazonis, en het corresponderende woord is ethnocid.
Een contact tussen de bewoners van de aarde en wezens uit een andere planeet bevat per definitie een risico op ethnocid. Daarom dat onze religieuze, wetenschappelijke, politieke en militaire systemen onbewust het omvangrijke risico ervaren, waardoor deze sociale groepen mechanismen van ontkennen vertonen, die het karakter hebben van een psycho-sociaal-immunologische reactie. Deze reactie moet ons niet verbazen, maar was in feite hoogst voorzienbaar.
Het probleem is dat dit afwijzingsmechanisme ook binnen de professionele wetenschap aanwezig is, terwijl juist zij de enigen zijn die een vruchtbare onderzoeksbenadering van het onderwerp kunnen leveren. In afwezigheid van een dergelijke aanpak is het voortdurend verzamelen van eenvoudige getuigenverklaringen of het stapelen van foto’s of films, zoals het Franse dienst al 33 jaar doet, een volkomen nutteloze en vruchteloze activiteit.
Wetenschappelijke benaderingen van het UFO-fenomeen
-** Optische gegevens**
Het fenomeen heeft verschillende facetten. De bekendste is zijn nachtelijke manifestatie in de vorm van lichten, waarvan het gedrag uitsluit:
- Een natuurlijk fenomeen
- Het gebruik van objecten of lichtbronnen die overeenkomen met bekende aardse technologieën.
Een zeer logische en eenvoudige manier om dit signaal te benutten, is het maken van een spectrale afbeelding van de bron met behulp van een rooster.

Rooster van diffractie voor de lens van een digitale camera
Dergelijke roosters zijn in de vorm van een kunststof film met fijne strepen (de standaard is 500 strepen per millimeter). Als deze in grote hoeveelheden worden aangeschaft, hebben ze een kostprijs van enkele tientallen eurocent. Het probleem is dat ze moeten worden verspreid in een voldoende grote hoeveelheid, zodat een waarnemer met een dergelijk apparaat een kans heeft om het fenomeen te ontmoeten. De vereniging UFO-science heeft ervoor gekozen om dergelijke roosters te verstrekken. Mensen die zich tot haar wenden en die een bevoorrechte verzendingsticket sturen, kunnen dit object per post ontvangen. In twee jaar heeft de vereniging zo 3000 roosters verspreid over 17 landen.
Bezoek aan de website van de vereniging UFO-science
De implementatie is zeer eenvoudig. Waarnemers kunnen een dergelijk rooster voor de lens van hun digitale camera of camcorder plaatsen. Het beeld van de bron wordt dan omgezet in een reeks gekleurde vlekken, die een spectrum vormen. Zie de afbeelding hieronder.

Geconcentreerde lichtbron omgezet in spectrum door een diffractie-rooster
Bij UFO-science hebben we de mogelijkheid overwogen om een rooster in een zelfklevende lens te integreren, vergelijkbaar met die welke Japanners aan hun camera’s bevestigen om beelden te manipuleren.

Diffractie-rooster aangepast aan de lens van een mobiele telefoon met behulp van een zelfklevende lens (UFO-science)
Specialisten in optica en spectroscopie zijn in staat dergelijke spectra te analyseren. Bij UFO-science hebben we mensen met deze competenties. Als de spectrale analyse de aanwezigheid van stoffen zou onthullen die niet in de atmosfeer voorkomen, zou dit het fenomeen uitsluiten als natuurlijke meteorologische oorzaak.
Wanneer mensen getuigen zijn van het UFO-fenomeen, kan deze lichtbron op de opgenomen afbeelding vermengd zijn met andere bronnen, die de spectrale analyse zullen verstoren (zoals het licht van straatlantaarns). De getuige zal ertoe worden aangezet om te zoomen. Maar als hij geen statief heeft, is de kans groot dat hij het object verliest. Het is moeilijk voor te stellen dat een getuige ooit tegelijkertijd een digitale camera of camcorder, een rooster en een statief zal hebben.
Een andere aanpak is het automatiseren van de zoektocht naar UFO-spectra. Bij UFO-science hebben we een systeem ontwikkeld dat we UFOcatch noemen.
Het UFOcatch-tracking systeem: de doelstelling van de lyra
Dit systeem bestaat uit twee onderdelen.

UFOcatch: schema
Een systeem met een fish-eye-objectief biedt een bewaking van de hele hemel. Deze afbeelding wordt naar een computer geleverd. Het systeem maakt elke tiende seconde een foto. Opeenvolgende paar afbeeldingen worden naar het geheugen gestuurd en pixel per pixel vergeleken. Zo is het mogelijk om elke bewegende bron te detecteren (dit is ook het principe van bewakingscamera’s). Een filter systeem, dat op willekeurige wijze kan worden ingesteld, kan bijvoorbeeld sterrenschichten of lichten van vliegtuigen uitsluiten.
Als het computertje, afhankelijk van de ingestelde parameters, bepaalt dat de bron het volgen waard is, vergrendelt een motoriseerde lyra een optisch vizier op die enkele bron. Er wordt automatisch ingezoomd. Het eerste optische systeem registreert een optische afbeelding van de bron, terwijl het tweede een spectrum opneemt. Dit wordt automatisch geanalyseerd en vergeleken met een databank van spectra.
Als twee UFOcatch-detectiestations op een bepaalde afstand van elkaar worden ingezet, kan dit systeem dan een volledige 3D-trajectregistratie van de bron opnemen, inclusief snelheidsbepaling. Als de bron contact maakt met de grond, geeft de registratie het landingspunt aan.
Terzijde: dit tracking-systeem zou astronomen enorm veel nut kunnen bieden bij hun zoektocht naar meteorieten.
De vereniging UFO-science kan zelf niet een systeem met een voldoende aantal detectiestations UFOcatch in werking stellen. Daarom is zij op zoek naar industriële, verenigings- of filantropische partners om dit project tot een goed einde te brengen.
-** Biologische gegevens**
In 1981 werd professor Michel Bounias, bioloog aan het Nationaal Instituut voor Agronomie te Avignon, gevraagd om analyses uit te voeren op vermeende landingsplekken van UFO’s, om eventueel de waarneming van de getuige en een mechanische afdruk op de grond te bevestigen. De gebruikte methode bestond uit een dosering van het pigmentgehalte van planten door dunne laagchromatografie.
Deze methode is relatief eenvoudig en goedkoop om te implementeren.
Inzameling op afdruk, met markeren ****
Kleding voor het nemen van monsters van afdruk, en opslag op lage temperatuur in droog ijs
Op de container, het weergeven van de temperatuur waarop de monsters worden gehouden
Het volledige materiaal voor het nemen van plantenmonsters op afdruk
Interventieteam op afdruk
De monsters worden op lage temperatuur opgeslagen in droog ijs
**De dosering van pigmenten door dunne laagchromatografie: ** ****
Men weegt het plantenmonster ****
Vervolgens wordt het fijn gemalen ****
De biomoleculen worden geëxtraheerd door centrifugatie ****
**De biomoleculen worden op het silicagel van de plaat aangebracht, klaar om ondergedompeld te worden ** ****
**Door capillaire werking, op verschillende snelheden opstijgend in de oplosmiddel, worden de biomoleculen gescheiden. ** ****
Het verkregen chromatogram ****
Na analyse van de afbeelding van de chromatoplaat, na scannen en verwerking met een densitometrie-software
Door deze resultaten te vergelijken met het densitometrische profiel van een getuigeplant (haar chromatografische signatuur) kunnen eventuele veranderingen worden geïdentificeerd, worden gecijferd en geïnterpreteerd in relatie tot de afstand van een vermeende epicentrum van het fenomeen.
Precies dit deed professor Michel Bounias, overleden in 2003, bij het onderzoek naar de afdruk van het wereldberoemde geval van Trans-en-Provence (Frankrijk), 1981, waarbij een correlatie tussen pigmentverandering en afstand van 0,98 werd gevonden.
Professor Michel Bounias, in 1984 ****
Resultaat van de biologische analyse van professor Bounias op een UFO-landingsplek, 1981
De heruitvoering van deze techniek vond plaats in 2008 in het kader van de activiteiten van de vereniging UFO-science, maar het bleek snel dat haar middelen niet toereikend waren om een analytische structuur in oorlogstoestand te houden, in afwachting van een relatief zeldzaam fenomeen. Toch is het duidelijk dat de analyse van eventuele afdrukken op de grond een onderdeel moet zijn van het scala aan onderzoeken van het UFO-fenomeen, waarbij de biologische analyses slechts één onderdeel vormen van een breed scala aan onderzoeken.
Over de waargenomen trajecten.
Als UFO’s echt materiële objecten zijn, dan zien we in getuigenverklaringen of radarregistraties vaak supersone en zelfs hypersonische snelheden, wat direct een groot paradox oproept, aangezien deze bewegingen, behalve bij zeer zeldzame uitzonderingen, volledig stil zijn. Volgens de klassieke vloeistofmechanica creëert een object dat zich met supersone snelheid door een gas beweegt een systeem van schokgolven, gekoppeld aan zeer intense geluidssignalen (het "supersonische knal"). UFO-waarnemingen stellen dus direct de volgende vraag:
- Is het mogelijk om een object met supersone snelheid door de lucht te bewegen zonder een knal, schokgolven (en wervelwinden) te veroorzaken?
In 1976 toonden twee leden van de vereniging (J.P. Petit & M. Viton) in hydraulische experimenten aan dat een geschikt Laplace-krachtsveld het turbulentie-achtergebleven wervelveld achter een cilindrisch object kon neutraliseren.
Cilindrische MHD-versneller. Aanzuiging aan de voorzijde, onderdrukking van turbulentie-achtergebleven wervelveld aan de achterzijde (ref. 3)
Vanaf dat moment lieten eerste theoretische onderzoeken, gebaseerd op een herschrijving van de theorie van de kenmerken ("Mach-golven") in aanwezigheid van een Laplace-krachtsveld, zien dat dit veld deze golven kon voorkomen. Wie de vloeistofmechanica kent, weet dat in een supersone stroming een stroming kan worden gekoppeld aan een systeem van Mach-golven, die drukverstoringen vervoeren. Het samenkomen van deze golven creëert het fenomeen van de schokgolven.
Berekening van de verdeling van de "kenmerken" (Mach-golven) in supersone toestand
rond een lensprofiel. Hun accumulatie geeft de plaatsen van ontstaan van schokgolven aan
Hieronder een schematische weergave van de (tweedimensionale) luchtstroming rond een lensprofiel, met het ontstaan van twee schokgolven: aan de voorzijde en aan de achterzijde van het profiel. Tussen deze gol